Opiniestuk: prestatiegericht werken is zóóó 2017!

Prestatiegericht werken is zóóó 2017!

Pas geleden hoorde ik iemand zeggen dat prestatiedenken ‘uit’ is. Resultaatfinanciering is het helemaal! Het is namelijk toch veel handiger om binnen het sociale domein resultaten met elkaar af te spreken en daar elkaar op af te rekenen? Natuurlijk ook in de bonussfeer, want als je het resultaat haalt word je beloond. Dat kan financieel, maar ook in uitbreiding of verlenging van een opdracht. Een technische benadering met een financiële drijfveer.

Ik snap deze technische en financiële beweegreden wel en we moeten niet vergeten dat het gaat om het inkopen van ondersteuning, maatwerkdiensten bij organisaties die dienstverlening bieden aan kwetsbaren mensen. En anderzijds hoor ik de worsteling in het veld, gaat het organisaties er ook niet om dat zij onder aan de streep zwarte cijfers draaien om de lonen van het personeel te kunnen betalen? Dan denk ik: een technisch en financiële benadering die een maatschappelijk probleem moeten oplossen, is dat niet veel te ingewikkeld? Voor alle vormen valt iets te zeggen, echter geloof ik erin dat prestatie gericht denken of inkopen meer focus geeft op de menselijk kant van het resultaat.

Het relaas in de tweede zin van de inleiding over resultaatfinanciering zette mij aan het denken. Met name enkele woorden: financiering, afrekenen, bonus, belonen, euro’s. Het lijkt hiermee niet meer te gaan om het ondersteunen of helpen van kwetsbare burgers of groepen, maar om de zwarte cijfers onder aan de streep. Juist dat wat ik zo mooi vind aan het sociale domein – en ook aan de zorg – lijkt te worden vergeten: dat het gaat om mensen. Veelal om mensen die ondersteuning nodig hebben om een kwalitatief beter leven te leiden. Denk hierbij aan het meedoen aan een activiteit binnen de algemene voorzieningen, waardoor iemand niet vereenzaamt. Aan iets fundamenteels als begeleiding in de laatste levensfase. Of iemand die overzicht en regie neemt in een gezin om te voorkomen dat het van kwaad tot erger gaat. Allemaal zaken die in eerste instantie niets met geld of belonen te maken hebben. We hebben het over kwaliteit van leven of kúnnen leven.

De focus verleggen
En toch lijkt met de komst van resultaatfinanciering de discussie steeds meer en meer te gaan over de techniek van inkoop, de risico’s in de aanbestedingen, het wantrouwen in de subsidies en het toch weer terugvallen in oude controleerbare methodes. Ik hoor je denken: ‘helemaal passend bij de transities van 2015’. Toch merk ik dat ik mij hier druk om begin te maken. Mijn drijfveer is: zorgen dat mensen in onze samenleven mee kunnen doen. Ieder op zijn eigen niveau en binnen eigen mogelijkheden. En natuurlijk kan niet alles en zitten hier ook grenzen aan qua inzet, ondersteuning of financiering. Dit is dan ook waar ik het gesprek over wil voeren; laten we het hebben over de grenzen en kaders waarbinnen de mogelijkheden liggen. Nu gaat het wat mij betreft teveel over risicomanagement en het té technisch inrichten van het sociale domein. Ook nu zie ik methodieken of visies omslaan naar doelen op zich. We focussen ons teveel op regels en afspraken. Laten we samen duidelijker afspreken wat we willen realiseren, binnen welke context, welke middelen hiervoor beschikbaar zijn en laten we ons er vooral op focussen dat de juiste mensen, instanties of organisaties dit met hart en ziel gaan realiseren.

Voor wie denkt: maar prestatiedenken is toch óók een methodiek en techniek? Klopt, ik zal dit niet ontkennen. Ik vind immers ook dat werken conform een proces, techniek of methodiek bijdraagt aan structuur en het succes op een continue verbetering op het sociale domein. Maar zo gauw men zegt dat iets ‘uit’ is omdat iets anders meer prikkelt (op de kwantiteit en niet de kwaliteit) haak ik volledig af. Wat dat betreft ben ik zóóó 2017! Ik wil mijzelf iedere ochtend recht in de spiegel aankijken met de gedachte dat ik mij dagelijks inzet om zorg en welzijn in Nederland te verbeteren. Zodat we iedere dag weer een beetje succes boeken voor een nog prettigere samenleving.

Wat dat betreft voel ik me soms - lekker retro - als de hipster binnen het sociaal domein. Misschien laat ik mijn baard wel staan en koop ik een Mini uit 1980, mijn geboortejaar.